Bewoners woonboten Spijkereiland stappen naar Hoge Raad

Kaag en Braassem – In de oordeelsvormende raad van maandag 11 september stond opnieuw het bestemmingsplan Spijkereiland op de agenda. het plan heeft tot nu toe heel wat voeten in de aarde gehad omdat het heel lang onvoldoende aandacht heeft gekregen van opeenvolgende gemeentebesturen. De voormalige gemeenten Woubrugge en Jacobswoude hebben onvoldoende gehandhaafd en pas aan het einde van de eerste raadsperiode van de fusiegemeente Kaag en Braassem is het op de agenda gezet. Met andere woorden, het proces van een nieuw bestemmingsplan duurt nu vier jaar.  dat heeft alles te maken met de voorgeschiedenis en het ingewikkelde proces van maatwerk voor alle, met name, vaste bewoners van woningen en woonboten.

Spijkereiland.jpg (Small)

het dichtbebouwde gedeelte van de recreatiewoningen

Het Spijkereiland is altijd bedoeld voor recreatiewoningen en dat betekent dat er niet permanent gewoond mag worden. Toch gebeurde dat op grote schaal en ook werd er flink bijgebouwd zonder vergunningen terwijl de huisjes niet groter dan 60 m2 mochten zijn. Met name op aandringen van de brandveiligheid heeft de gemeente stappen gezet alles in kaart te brengen en per woning maatwerk te leveren. In beginsel leverde het veel onrust onder de bewoners op die vaak hun onroerend bezit terug moesten brengen naar de nieuwe maatstaf van 90 m2. Wat nu nog overblijft is het bezwaar van een drietal eigenaren van woonboten die zich afvragen waarom zij geen woonvergunning krijgen terwijl zij menen daar wel recht op te hebben.

Maandagavond kregen de woonbooteigenaren, tegen de regels in, opnieuw maar bu voor de laatste keer, de gelegenheid hun visie te geven over het voornemen van de gemeente de woonvergunning te dogen totdat de eigenaren daar niet meer wonen. Voor dat zij inspraken hadden alle fracties al aangegeven, het voorstel van B&W te steunen mede door de ingewikkelde juridisch procedures die wel of juist niet gevolgd zijn. De bewoners: ‘ons wordt groot onrecht aangedaan, wij stappen naar de Hoge Raad.’

Auteur: Job Grovenstein